< Toon menu

Uitdroging

Uitdroging is een tekort aan lichaamswater. Een andere naam hiervoor is dehydratie.

Een stervende patiënt drinkt niet of nauwelijks meer (terminale dehydratie). Het is een aankondiging van het naderende overlijden. 
 

Klachten

Patiënten die uitdrogen kunnen last hebben van:

  • Dorst en/of een droge mond. Het is soms moeilijk om onderscheid te maken tussen dorst en klachten als gevolg van een droge mond. Klachten van een droge mond zijn vaak het gevolg van andere oorzaken.
  • Verminderde elasticiteit van de huid
  • Ingevallen gezicht en oogkassen
  • Snelle hartslag
  • Verlaagde bloeddruk (vooral bij staan)
  • Minder urineproductie
  • Gewichtsverlies

Daarnaast heeft uitdroging nog meer gevolgen:

Mogelijk negatieve gevolgen zijn:

  • Bij ophoesten van slijm is het slijm taaier
  • Meer kans op longontsteking en urineweginfecties
  • Verstopping, waardoor poepen moeilijk gaat
  • Gebrek aan emotie, motivatie en/of enthousiasme (apathie)
  • Vermoeidheid
  • Meer kans op bijwerkingen van medicijnen
  • Meer kans op doorliggen en trombose/longembolie (afsluiting van de longslagader)
  • Spiertrekkingen
  • Daling van het bewustzijn
  • Plotseling opkomende verwardheid (delier) 
  • Sneller sterven in situaties waar dat niet gewenst is

Mogelijke positieve gevolgen zijn:

  • Minder hoeven plassen en daardoor minder naar het toilet hoeven
  • Minder last van incontinentie door minder urineaanmaak
  • Minder reutelen, hoesten en vocht in de longen
  • Minder braken en diarree
  • Minder vochtophoping (oedeem) en vocht in de buikholte
  • Minder pijn
  • Sneller sterven in situaties waar dat gewenst is
     
Oorzaken

Uitdroging heeft 3 hoofdoorzaken:

  • De patiënt krijgt niet genoeg vocht binnen.
  • De patiënt verliest teveel vocht.
  • Vochtophoping op bepaalde plekken in het lichaam, zodat op andere plaatsen een tekort ontstaat.

Te weinig vocht binnenkrijgen kan komen door:

  • Algehele achteruitgang/zwakte
  • Minder dorst hebben
  • Zelf niet voor drinken kunnen zorgen en/of onvoldoende drinken aangeboden krijgen
  • Sufheid, verwardheid, depressie
  • Klachten van de mond
  • Klachten bij slikken
  • Problemen met doorgang van voedsel en/of drinken in slokdarm of maag
  • Snel vol zitten
  • Misselijkheid
  • Ileus

Te veel vochtverlies kan komen door:

Verhoogd verlies van vocht uit het maagdarmkanaal:

  • Maagdrainage, waarbij vocht uit de maag wordt afgevoerd door een slang of buis
  • Diarree
  • Fistels, waardoor vocht wegloopt
  • Bloeding in maag-darmkanaal 

Verhoogd verlies van vocht met de urine:

  • Medicijnen die de urineproductie verhogen (plastabletten)
  • Teveel suiker in het bloed (ontregelde suikerziekte)

Meer urinevorming en afscheiding na opheffen van afsluiting van urinewegen:

  • Teveel calcium in het bloed
  • Slecht werkende bijnieren
  • Nierziektes
  • Diabetes insipidus, een ziekte waarbij de nieren meer urine produceren dan normaal 

Verhoogd verlies van vocht via de huid:

  • Heel erg veel zweten (bijvoorbeeld bij koorts)
  • Oncologische wonden met veel wondvocht 

Vochtophoping kan optreden in:

  • het onderhuidse weefsel (vocht=oedeem of bloed)
  • de buikholte (ascites)
  • de longvliezen (pleuravocht)
  • de darm (bij darmverstopping)
     
Onderzoek en diagnose

De arts stelt u vragen over uw voorgeschiedenis en klachten. Daarna doet hij een lichamelijk onderzoek. 

De arts kan voorstellen om uw bloed en urine te onderzoeken om de ernst van de uitdroging te beoordelen en/of om de oorzaak vast te stellen. 
 

Behandeling

Behandeling van de oorzaak

  • Behandeling van verwardheid, slik- en passageklachten, snelle verzadiging, misselijkheid, braken, darmverstopping, wonden, diarree, koorts
  • Stoppen met plastabletten
  • Behandeling van te hoog calcium en/of te hoog suiker in het bloed
  • Behandeling van slechte bijnierfunctie
  • Behandeling van diabetes insipidus
  • Behandeling van koorts
  • In de laatste fase voor het sterven is behandeling van de oorzaak vaak niet mogelijk of zinvol.

Behandeling van de klachten

  • Goede lichaams- en mondverzorging
  • Aanpassen van medicatie als dat mogelijk is
  • Toediening van vocht:
    • via de mond (indien mogelijk): kraanwater of speciale vloeistof tegen uitdroging (ORS)
    • via slangetje door de neus (neussonde) of via een PEG-katheter (slangetje dat via de buikwand in de maag is gelegd) 
    • via infuus in een bloedvat of soms onderhuids: fysiologisch zout (0,9% NaCl), eventueel met extra kalium 

De beslissing om vocht toe te dienen is afhankelijk van onder andere de haalbaarheid, de oorzaak van de uitdroging, de invloed van vochttoediening op klachten en kwaliteit van leven, de levensverwachting en de wens van de patiënt. De arts zal deze optie met u bespreken.

 

Controle

De arts of verpleegkundige controleert dagelijks de volgende punten:

  • klachten die door uitdroging kunnen ontstaan
  • uw mond
  • eventueel urineproductie en/of gewicht

Als u vocht krijgt toegediend, controleert de arts of verpleegkundige ook:

  • de invloed daarvan op klachten en kwaliteit van leven
  • praktische problemen die er kunnen zijn bij toediening via sonde of infuus
  • of u (indien aanspreekbaar) en uw naasten verder willen met de vochttoediening