X

Palliatieve Sedatie, Over de moeilijke of falende sedatie

door Jet van Esch, SOG

 

Inleiding
Palliatieve sedatie is een niet meer weg te denken fenomeen binnen de levenseindezorg. Jaarlijks wordt in ongeveer 18% van de sterfgevallen in Nederland palliatieve sedatie toegepast (vd Heide, 2015). De indruk bestaat dat dit percentage nog jaarlijks toeneemt.

Inmiddels is ook duidelijk geworden dat de verwachtingspatronen rondom palliatieve sedatie nogal eens verschillen, zowel bij patiënt, naasten, het zorgteam en de arts.

Lang niet alle ingezette palliatieve sedaties verlopen volgens “het boekje”. Nadere analyse leert ons in zo’n situatie dat (naast de farmacologische problemen) de volgende factoren hier debet aan kunnen zijn:

  • onvolledige communicatie;
  • “onduidelijke en/of  te vroege” indicatiestelling;
  • onvoldoende voorbereiding, en monitoring tijdens de uitvoering,

Inhoud van de workshop
In deze workshop wordt de richtlijn Palliatieve sedatie kort doorgenomen aan de hand van een interactieve casusbespreking, Er worden handvatten gegeven voor de dagelijkse praktijk en adviezen aangereikt hoe te handelen als de ingezette sedatie niet volgens verwachting verloopt.

Aan de orde komen o.a.:

  • besluitvorming & indicatiestelling,
  • communicatie,
  • voorbereiding ,
  • aspecten van de uitvoering & monitoring, met oog voor de verschillende rollen van betrokken hulpverleners.
     

Specifieke leerdoelen

  1. De deelnemer is zich bewust van effect van de diverse verwachtingspatronen rondom sedatie bij alle betrokkenen.
  2. De deelnemer beseft terdege dat uitvoering geven aan palliatieve sedatie complex is, en meerdere dimensies kent, waarvoor multidisciplinaire samenwerking vanzelfsprekend is.
  3. De deelnemer kent de stappen binnen de indicatiestelling conform de richtlijn Palliatieve sedatie, en weet hier over genuanceerd te communiceren met patiënt, naasten en hulpverleners.
    Is zich tevens bewust van het effect van de lijdensdruk van de omstanders op het proces van indicatiestelling, en weet deze te hanteren.
  4. De deelnemer weet welke stappen erbij de voorbereiding moeten worden genomen, om eventuele complicaties tijdens het beloop van de sedatie zoveel mogelijk te voorkomen.
  5. De deelnemer is op de hoogte van de farmacologische aspecten van de te gebruiken medicatie( profiel, interactie, dosering op maat), o.a. in relatie tot gebruik van relevante medicatie voor start sedatie.
  6. De deelnemer is zich bewust van zijn beperkte kennis en ervaring, en weet wanneer een consult CPT moet, en wanneer het wenselijk is.
  7. De deelnemer heeft zich een stappenplan eigen gemaakt, dat te gebruiken is indien verlaging van bewustzijn onvoldoende wordt bereikt, en niet leidt tot consistent comfort voor de patiënt.

 

Literatuur verwijzingen;

  1. Kwaliteitskader Palliatieve Zorg
  2. Richtlijn Palliatieve Sedatie
  3. Levenseinde onderzoek, rubriekhouder: Prof. Dr. B.D. Onwuteaka-Philipsen, VUmc Amsterdam. EMGO-instiuut, afdeling Sociale Geneeskunde (2005-2015)