X
Richtlijnbespreking Dyspneu in de palliatieve fase

Verslag van de bespreking Richtlijn Dyspeu op 12-12-2016

Door Renske Boogaard

 

Een mooie groep verpleegkundigen trof elkaar maandagmiddag rond het thema dyspneu, en specifiek wat Pallialine daarover te zeggen heeft. Sandra Post van den Burg, oncologie- en longverpleegkundige bij Aafje leidde ons door de richtlijn.

Eigen ervaringen met benauwdheid

Allereerst de vraag of je zelf wel eens benauwd bent geweest, of aan het bed hebt gestaan van iemand die ernstig adem tekort kwam. De eigen ervaring van benauwdheid was niet hoog bij de aanwezigen, wel heeft iedereen eens aan het bed gestaan van een patiënt in ernstige ademnood. De conclusie was dat zo’n ervaring indruk maakt, en soms jaren na dato nog op het netvlies kan staan.

Met een zestal stellingen werd veel duidelijk over fabels en feiten van dyspneu. Ook het zelf ervaren van ademnood door ademen door een rietje gaf duidelijk aan hoe serieus we als zorgverleners mensen met dyspneu klachten moeten nemen.

Zuurstoftoediening tijdens palliatieve sedatie

De vraag over zin of onzin van zuurstoftoediening tijdens palliatieve sedatie werd beantwoord. Feitelijk is er geen indicatie om zuurstof te (blijven) geven. Tenzij een patiënt echt door onderliggend lijden zuurstof behoeftig is. Alles staat of valt echter met een goede communicatie. Leg uit waarom wel of niet, en draai de kraan niet in 1 x dicht maar bouw af. Het is dus vooral belangrijk uit te leggen dat zuurstof nauwelijks wat toevoegt aan de kwaliteit van leven en sterven. Een extra argument richting naasten is dat​ er zowel bij de patiënt en ook voor de omgeving meer rust ontstaat omdat er letterlijk minder lawaai in hoofd van de patiënt​ alsook in de kamer voor de naasten ontstaat. Daarnaast is uitleg belangrijk dat de sedatie er op gericht is de patiënt zich rustiger te laten voelen en dat daarmee de zin van zuurstof helemaal komt te vervallen. Aan de andere kant is belangrijk dat de zuurstof geleidelijk wordt afgebouwd om zo vertrouwen bij de naasten te laten groeien. Ook kan bij toenemende onrust alsnog de zuurstof worden opgehoogd.

De Richtlijn Zorg in de Stervensfase geeft ook weer waarom wel of niet en hoe dit te communiceren. Uit de Richtlijn Palliatieve Sedatie kun je afleiden dat zuurstof toedienen in de stervensfase haar nut verliest, behalve wanneer er sprake is van cyanose en wanneer de patiënt  onrustiger zou worden bij verminderen dan wel stoppen van de zuurstof.​

​Tevens spraken we over het toedienen van morfine.  Morfine wordt bij dyspneu voorgeschreven, het neemt de dyspneu niet weg maar wel het gevoel van benauwdheid. Het wordt in lagere dosering voorgeschreven dan wanneer het voorgeschreven wordt in geval van pijn. Bijvoorbeeld 1 mg per uur, of 6 x 2,5 mg per 24 uur, sc toegediend. Het schema van verhogen is wel net als bij pijnbestrijding, bij onvoldoende effect verhogen in stappen van 50%.

Klik hier voor de presentatie van Sandra Post van den Burg.